welkom bij ISR

BIJSLUITER

 

Het Instituut Sportrechtspraak

 

Het Instituut is door sportbonden belast met de uitvoering van hun tuchtrechtspraak. Dit gebeurt door de tuchtcommissie en in beroep door de commissie van beroep. Aan het hoofd van beide commissies staat een algemeen voorzitter. De tuchtcommissie en de commissie van beroep worden bijgestaan door een ambtelijk secretaris en een juridisch secretaris. Bij de ambtelijk secretaris worden tuchtzaken en het beroep aanhangig gemaakt. De juridisch secretaris begeleidt de zaak juridisch.

De bij de tuchtrechtspraak van het Instituut betrokken personen worden benoemd door het bestuur van de Stichting Tuchtrechtspraak en functioneren onafhankelijk van de sportbond.

De tuchtcommissie en de commissie van beroep bestaan uit kamers van drie personen die met de behandeling van een zaak zijn belast. De voorzitter van een kamer is een jurist. Voor de behandeling van dopingzaken is er een gespecialiseerde kamer.

De gegevens van het Instituut Sportrechtspraak zijn aan het eind van deze bijsluiter vermeld.

 

Wat is tuchtrechtspraak?

 

Tuchtrechtspraak betreft de bestraffing van overtredingen in verenigingsverband. Een sportbond is een vereniging. Van een overtreding is sprake wanneer gehandeld wordt in strijd met de statuten, reglementen of een besluit van de sportbond en soms ook van de betreffende internationale sportbond. Daarnaast kan er sprake zijn van een overtreding wanneer een lid de belangen van de bond schaadt of zich tegenover een medelid niet gedraagt zoals deze zich zou behoren te gedragen. Het verenigingsrecht biedt een sportbond de mogelijkheid om overtredingen te bestraffen en speciale commissies daarmee te belasten. In dit geval: de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut. De tuchtrechtspraak gebeurt volgens vaste regels die vermeld zijn in de Tuchtreglementen van het Instituut.

 

Op wie is de tuchtrechtspraak van het Instituut van toepassing?

 

De tuchtrechtspraak is van toepassing op alle leden van de sportbonden die hun tuchtrechtspraak aan het Instituut hebben opgedragen. Elk lid van die sportbond kan bij een overtreding met het Instituut te maken krijgen. Hetzij als aangever van een overtreding, hetzij als betrokkene tegen wie aangifte is gedaan, maar wellicht ook als getuige of als deskundige.

 

Betrokkene

 

Degene tegen wie aangifte van een overtreding wordt gedaan, wordt in deze bijsluiter en in de Tuchtreglementen als ‘betrokkene’aangeduid. In het strafrecht zou men spreken van ‘verdachte’. De rechten en plichten van de betrokkene zijn in de Tuchtreglementen vermeld.

 

HET DOEN VAN AANGIFTE

 

Wie kan aangifte van een overtreding doen?

 

Degene die zelf een overtreding heeft geconstateerd kan daarvan aangifte doen. Er moet dan wel sprake zijn van een ernstige overtreding van een bepaling in de statuten of in een reglement dan wel van een handelwijze in strijd met een besluit van de sportbond. Wie een valse aangifte doet, begaat een ernstige overtreding en wordt daarvoor bestraft. Behalve het lid kan ook de sportbond aangifte van een overtreding doen. Bijvoorbeeld van een overtreding van een Dopingreglement, van welke overtreding alleen het bestuur van de sportbond aangifte kan doen. Degene die aangifte doet, formuleert de overtreding die een ander lid zou hebben begaan. Die formulering moet zeer nauwkeurig geschieden omdat degene tegen wie aangifte wordt gedaan aldus in staat van beschuldiging wordt gesteld.

 

Waar kan aangifte worden gedaan en hoe?

 

Een aangifte moet worden ingediend bij de ambtelijk secretaris. Het adres is aan het eind van deze bijsluiter vermeld. Een aangifte kan alleen in behandeling worden genomen indien gebruik is gemaakt van het standaardaangifteformulier en dit volledig is ingevuld. Dit formulier is verkrijgbaar bij het ambtelijk secretariaat of te downloaden van de vermelde website van het Instituut Sportrechtspraak. Lees voor het doen van aangifte de toelichting op het standaardaangifteformulier. Daarop is ook vermeld wanneer geen aangifte kan worden gedaan.

 

Zijn er aan een aangifte kosten verbonden?

 

Aan de behandeling van een tuchtzaak door het Instituut zijn voor de sportbond kosten verbonden. Een sportbond bepaalt of voor het doen van een aangifte door het lid administratiekosten moeten worden betaald. Uw sportbond of het ambtelijk secretariaat kan u informeren of administratiekosten verschuldigd zijn. Is dat het geval, dan dient het bedrag te worden bijgeschreven op de vermelde bankrekening van het Instituut Sportrechtspraak onder vermelding van de datum van aangifte en tegen wie aangifte is gedaan. Is al een zaaknummer bekend, dan vermeldt u het zaaknummer. Indien administratiekosten verschuldigd zijn, wordt de aangifte niet eerder in behandeling genomen dan nadat het Instituut Sportrechtspraak de betaling heeft ontvangen.

 

DE BEHANDELING VAN EEN ZAAK

 

Verweer

 

De betrokkene heeft het recht zich tegen de aangifte te verweren. Hij kan zich daarbij door een raadsman laten bijstaan. De betrokkene is verplicht naar waarheid te verklaren. De ambtelijk secretaris zendt het standaardaangifteformulier aan de betrokkene, die gedurende veertien dagen na verzending daarvan een verweerschrift bij de ambtelijk secretaris kan indienen. In bijzonder gevallen kan de termijn door de algemeen voorzitter van de tuchtcommissie worden verlengd tot een kalendermaand. Indien geen verweer wordt gevoerd, wordt de tuchtzaak in beginsel schriftelijk behandeld.

Wanneer de commissie meent dat niet de te laste gelegde overtreding is begaan maar een soortgelijke overtreding, kan zij deze laatste aan de betrokkene te laste leggen nadat gelegenheid is gegeven tegen die wijziging verweer te voeren.

 

Mondelinge behandeling bij tuchtcommissie en commissie van beroep

 

De betrokkene kan de ambtelijk secretaris om een mondelinge behandeling verzoeken. Aan dit verzoek wordt niet voldaan indien volgens de commissie een mondelinge behandeling niet kan bijdragen aan een beoordeling van de zaak. In andere gevallen vindt een mondelinge behandeling plaats, hetgeen ook het geval is wanneer de betrokkene die behandeling niet, maar de commissie die wel noodzakelijk acht. Bijvoorbeeld om getuigen of deskundigen te horen.

 

Een mondelinge behandeling vindt in beginsel niet in het openbaar plaats, tenzij de commissie anders beslist. De betrokkene heeft altijd het recht om behalve zijn raadsman ten hoogste drie door hem aangewezen toehoorders de behandeling te laten bijwonen. Aan deze toehoorders mogen tijdens de zitting geen vragen worden gesteld, terwijl zij nadien ook niet als getuigen mogen optreden. De ambtelijk secretaris stelt de betrokkene ten minste vijf dagen voor de zitting van datum, uur en plaats op de hoogte. De betrokkene, diens raadsman en toehoorders mogen de gehele zitting bijwonen, tenzij hun gedrag de commissie aanleiding geeft anders te beslissen.

 

Getuigen en deskundigen

 

Wanneer de betrokkene personen als getuige wil oproepen, moet de betrokkene dit vooraf aan de ambtelijk secretaris mededelen. De betrokkene mag in beginsel niet meer dan drie getuigen doen horen, tenzij de desbetreffende commissie hem toestaat meer getuigen te doen horen. Dit verzoek moet worden ingediend tegelijk met het opgeven van getuigen. Het is meestal voor de commissie niet mogelijk een dergelijk verzoek later te honoreren, omdat voor een zitting een bepaalde tijd wordt uitgetrokken en de commissie na uw zaak wellicht nog een andere tuchtzaak moet behandelen. Wat voor de getuigen geldt, geldt ook voor deskundigen die de betrokkene door de commissie wil doen horen.

 

Uitspraak

 

Na een schriftelijke of mondelinge behandeling volgt een uitspraak. Daarin geeft de commissie aan of naar haar oordeel een overtreding is begaan en zo ja welke overtreding en welke straf daarvoor wordt opgelegd. De mogelijke sancties zijn vermeld in de Tuchtreglementen. Bij een schriftelijke behandeling volgt de uitspraak zo spoedig mogelijk, bij een mondelinge behandeling veertien dagen of ten hoogste een maand na de zitting. De commissie bepaalt in de uitspraak tevens in welke mate de aan de behandeling van een zaak verbonden kosten ten laste van de betrokkene en/of van de sportbond komen. Die kosten kunnen betrekking hebben op de huur van de zittingsruimte en de bijstand van de ambtelijk en de juridisch secretaris.

 

Beroep

 

Behalve wanneer er sprake is van een vrijspraak of van een door de tuchtcommissie opgelegde berisping, kan van een uitspraak van de tuchtcommissie beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep. Van een beslissing van de algemeen voorzitter van de tuchtcommissie kan in de gevallen waarin dat in de Tuchtreglementen geregeld is beroep worden ingesteld bij de algemeen voorzitter van de commissie van beroep. Alleen de betrokkene zelf, diens raadsman en wettelijk vertegenwoordiger kunnen beroep instellen. Voor gehandicapten geldt een speciale regeling. Behalve de betrokkene kan ook het bestuur van diens sportbond om redenen van algemeen belang beroep instellen.

Het beroep moet worden ingediend door gebruik te maken van het standaardberoepschrift dat kan worden verkregen bij het ambtelijk secretariaat of door het te downloaden van de vermelde website van het Instituut Sportrechtspraak.

Een uitspraak van de tuchtcommissie is onherroepelijk, tenzij tijdig beroep is ingesteld. Een uitspraak van de commissie van beroep is onherroepelijk tenzij de desbetreffende sportbond heeft bepaald dat in het voorkomende geval beroep kan worden ingesteld bij het Court of Arbitration for Sports (CAS) te Lausanne (Zwitserland).

 

Klachten

 

Klachten over de inhoud van een tuchtrechtelijke beslissing zullen niet in behandeling worden genomen. U kunt wel klagen over de behandeling van uw zaak.

 

Tot slot

 

Deze bijsluiter geeft slechts de hoofdlijnen van een tuchtzaak bij het Instituut weer. De tekst van de Tuchtreglementen zijn altijd bepalend. Voor volledige informatie zij verwezen naar de Tuchtreglementen. De Tuchtreglementen zijn in te zien op de website van het Instituut Sportrechtspraak of aan te vragen bij het ambtelijk secretariaat.

 

Gegevens Instituut Sportrechtspraak

 

Het adres van het ambtelijk secretariaat is:

Ambtelijk secretariaat Instituut Sportrechtspraak

Meeuwenlaan 41

1021  HS  AMSTERDAM

Tel.: (020) 846 32 31; fax: (020) 636 34 66;

E-mailadres: info@isr.nl

Internetadres:  www.isr.nl

Bankrekening Instituut Sportrechtspraak: ABN/AMRO bank 84.79.72.526 t.n.v. Stichting Instituut Sportrechtspraak onder vermelding van het zaaknummer.

stuur email
ISR de organisatie bullet ISR reglementen bullet ISR formulieren bullet nieuws    
ISR de commisies
contributie 2011